Vaak weten mensen heel goed wat ze niet willen. Ze willen niet meer dicht klappen bij een vergadering, ze willen geen conflict meer met een collega, ze willen niet meer onzeker zijn. Maar door je te blijven richten op dat wat je niet wilt, kom je niet bij dat wat je wel wilt. Maar hoe verander je dat dan?

We krijgen datgene in het leven waar we ons op focussen. Wanneer je tegen iemand zegt dat ze niet aan een nare herinnering moet denken, denkt ze eraan. Zo werkt ons brein. Focus je dus op wat je wel wilt: ik wil mijn mening geven tijdens een vergadering, ik wil goed samenwerken met mijn collega, ik wil trots zijn op wat ik doe.

Een oefening
Kijk eens rond in de ruimte waarin je je nu bevindt en zoek vijf beige objecten. Heb je er vijf gevonden? Sluit dan je ogen en geef aan hoeveel blauwe objecten je hebt gezien. Grote kans dat je er geen kunt noemen. Of heel weinig. Waarschijnlijk moet je eerst opnieuw de kamer rond kijken om de blauwe objecten te zien. Want ze zijn er wel.

Zo werkt het ook bij het bekijken van een situatie. Je probleem of conflict is beige en dat is wat je ziet. Ook al wil je geen beige, je hele leven is beige als je steeds met dat probleem of conflict bezig blijft.

Wanneer je aangeeft wat je voor het probleem of conflict in de plaats wilt – blauw – ervaar je meteen dat er eigenlijk al momenten zijn van blauw. Door je te focussen op blauw, op dat wat je wilt, zie je pas dat er al signalen zijn van hetgeen jij eigenlijk liever wilt.